Bij elke discussie over adoptie wordt er op gehamerd hoe belangrijk het is dat een kind bij zijn eigen ouders  moet opgroeien. En dat die ouders hulp zouden moeten krijgen indien het ze niet zelf lukt. Als ik naar de situatie van onze kinderen kijk, met name naar die van mijn dochter, ben ik blij dat de biologische moeder destijds voor adoptie heeft gekozen. En mijn dochter ook. Haar moeder is hoogopgeleid, heeft een goede baan en een goed salaris. Maar voor een kind is er geen plek in haar leven. Dat is nu het geval, gezien haar desinteresse na onze rootsreis, maar ook toen ze als negentienjarige per ongeluk zwanger raakte. Opa en oma waren geen optie om bij de opvoeding te helpen, want daarmee was ze gebrouilleerd. Dus liet ze haar kind achter in een kindertehuis en keek er de dertien maanden dat ze er zat niet meer naar om.

Opvoeden is meer dan een natje en een droogje verstrekken. Op de afdeling neonatologie wordt het wel vitamine L genoemd: liefde, aandacht en aanraking. En die kun je niet afdwingen bij ouders die eigenlijk helemaal geen zin hebben in (nog) een baby. Voor een baby zijn ze echter letterlijk van levensbelang. Aanraken, aandacht, troosten en veiligheid hebben een positieve werking op de hersens en de hechting aan ouders. Een baby die stelselmatig genegeerd wordt, niet getroost wordt wanneer het bang is, nooit geknuffeld wordt, groeit op tot een angstig mens voor wie de wereld onveilig is en reageert daar met agressief gedrag op. Of reageert helemaal niet en trekt zich in zichzelf terug. Veel van deze kinderen kampen met gedragsproblemen, aandachtsstoornissen, hyperactiviteit of hechtingsproblemen. Problemen die ook vaak bij adoptiekinderen worden gezien. Als je het dan over het belang van een kind hebt, dan lijkt me adoptie de enige juiste weg. Niet onwillige of onverschillige biologische ouders laten aanmodderen maar het kind onderbrengen bij adoptieouders voordat er schade optreedt. Onderbrengen bij ouders die bewust voor dit kind hebben gekozen en die bereid zijn er heel hard voor te werken om er iets moois van te maken. Onvoorwaardelijke liefde te geven. Hulp in te schakelen als dat nodig is.

Als ik mijn dochter vraag:”Hoe denk je dat je was geworden als je in Taiwan was opgegroeid?”, antwoordt ze met een kort en krachtig: “Ongelukkig”. “Mijn moeder wilde mij niet en dat zou ik dan ook gevoeld hebben als ik bij haar had moeten blijven”.  Onze dochter is opgegroeid  tot een leuk, spontaan, achttienjarige jonge vrouw die vol vertrouwen de wereld tegemoet treedt. Omdat zij is opgegroeid ‘in een gezinsomgeving, in een sfeer van geluk, liefde en begrip’, zoals het in het Verdrag inzake de Rechten van het Kind vermeld staat. Dankzij adoptie.

 

 

Share: