Voor een Engelstalige online krant die in Taiwan verschijnt, ga ik een artikel schrijven over het groeiend aantal geadopteerden dat een rootsreis maakt. Voorwaarde was dat er een aantal goede foto’s bij geplaatst kon worden. Ik schreef de moeders van onze kinderen over het artikel, dat het voor een Engelstalige website was en onder andere in Taiwan en Hongkong verschijnt. En of ik wat foto’s van hen mocht gebruiken. Van Paula, de moeder van onze dochter, kreeg ik een kort en bondig: ‘no, sorry” (dochter die naast me zat en nog steeds boos is op haar moeder, rolde demonstratief met haar ogen). Maar tot mijn stomme verbazing gaf de moeder van onze zoon wel toestemming. Even dacht ik dat ze uit de kast zou komen. Dat ze een vuist wilde maken tegen de rest van de wereld en wilde roepen: “Ok, ik heb mijn zoon afgestaan maar wat iedereen er ook over mag denken, ik heb het gedaan uit liefde. Zodat hij bij een liefdevol gezin kan opgroeien. Ik heb dit gedaan voor zijn geluk, wetende dat ik voor de rest van mijn leven met deze beslissing zal moeten leven. Zal moeten leven met het stigma dat we als afstandsmoeders hebben, leven met een levensgroot geheim, leven met een levensgroot verdriet dat ik met niemand kan delen, dat niemand zal begrijpen. Omdat, als ik het vertel, mensen me als een baksteen  zullen laten vallen, vriendinnen niets meer met me te maken willen hebben, omdat ik in hun ogen een monster ben, het woord ‘vrouw’ niet waardig. Want welke vrouw draagt nou negen maanden haar kind in haar buik om het vervolgens weg te doen?” Stiekem hoopte ik dat dit ‘uit de kast komen’ kwam door onze chatberichtjes, waarin ze me in alle openheid vertelde dat ze zo graag hulp wilde zoeken maar niet wist waar ze die kon krijgen. Dat ze heel graag in alle openheid er over wilde praten hoe ontzettend zwaar ze het af en toe had maar er eigenlijk ook nog niet klaar voor was.

Toen het artikel af was en ik de foto’s bij elkaar aan het zoeken was, stuurde ik haar een close-up van een prachtige foto van Luc met zijn ouders en vroeg haar of ik deze ook mocht gebruiken. Als antwoord stuurde ze me een andere close-up waar ze meer lachend op stond. Ik stuurde haar een berichtje: I’m proud of you girl! Maar ineens kwam dat onderbuikgevoel bij me naar boven. Een niet te negeren gevoel dat er voor zorgde dat ik haar een tweede berichtje stuurde met de vraag of ze wel goed had begrepen dat de tekst gebruikt zou worden voor een artikel dat straks iedereen in Taiwan kon lezen. En toen bleef het stil. Na een paar uur schreef ik haar of ze alsjeblieft wilde reageren zodat ik wist wat ik met die foto moest doen. Maar het bleef stil. En dan weet ik genoeg. Dan is er crisis aan de andere kant van de wereld en moet ze haar vriendin inschakelen die goed Engels kan om iets terug te schrijven. Na twee dagen kwam er eindelijk antwoord. Omdat de krant in Taiwan te lezen was en het nieuws snel verspreid kon worden, achtte ze het toch niet zo’n goed idee om de foto te gebruiken. en dat ze me bedankte voor mijn begrip. Natuurlijk had ik begrip maar bovenal voelde ik me onwijs opgelucht dat ik mijn gevoel had gevolgd en het allemaal nog even had gechecked. De schade zou enorm zijn geweest wanneer het artikel met de gewraakte foto geplaatst zou worden. Schadelijk voor haar (ze heeft een baan als tandartsassistente, hoe zal haar werkomgeving reageren,  schadelijk voor mijn contact tussen haar en mij). En ik kan me wel voor mijn kop slaan dat ik zo naïef was dat ik dacht dat ze uit de kast zou komen als afstandsmoeder. Naïef van me als je bedenkt dat pas in 2016(!) in het progressieve, open Nederland de Nederlandse afstandsmoeder een stem en een gezicht kreeg in de vorm van Stichting De Nederlandse Afstandsmoeder/The Dutch Foundation Birth Mother. Een organisatie die het zwijgen wil doorbreken en betrokkenen bij afstand en adoptie een beter beeld wil geven van wat er gebeurt met vrouwen als ze hun kind kwijt raken. Zover is het nog lang niet in het zeer traditionele. behouden Taiwan. Helaas. Alle Taiwanese afstandsmoeders zullen nog heel lang in de kast moeten blijven.

Share: