Tot het allerlaatste moment was het voor ons onduidelijk: waren ze nu wel of niet een stel of kwamen ze alleen maar voor deze gelegenheid samen opdraven. De biologische ouders van Luc zouden met z’n tweetjes naar het kindertehuis komen om ons te ontmoeten. Maar ik wist ook dat zijn vader destijds terug was gekeerd naar zijn gezin en dat dit de reden van adoptie was. Maar ze bleken uiteindelijk toch voor elkaar te hebben gekozen. En wat een leuk stel was het. Natuurlijk, het was een gekke situatie, maar toch voelden ze zich zo op hun gemak dat ze goedmoedig plaagstootjes aan elkaar uitdeelden. Moeder had wat moeite om spontaan te reageren (dat heeft Luc dus van haar, in alle situaties probeert hij stoicijns te blijven) maar vader maakte dat dubbel en dwars goed. Een man die zich er niet voor schaamde om zijn emoties te tonen en die die ene traan  ongegeneerd over zijn wang liet lopen toen hij voor het eerst zijn zoon zag. Die liefdevol een arm om zijn vriendin en Luc heen legde tijdens de groepsfoto, en diezelfde arm weer om haar schouder legde als troost, toen ze afscheid van hun kind moesten nemen. En die spontaan Luc’s hand pakte terwijl die al in de auto zat, en daar liefdevol een kus op drukte. Ik besefte hoe bevoorrecht onze zoon was om zowel zijn moeder als vader te hebben mogen ontmoeten. Bevoorrecht omdat bij de meeste adoptiekinderen de biologische vader altijd onbekend zal blijven en daarmee het identiteitsplaatje incompleet. Ook voor mij vielen alle stukjes op hun plek. Toen ik oog in oog stond met deze twee personen wist ik: geen twijfel mogelijk, dit zijn zijn ouders. In alles zag ik stukjes van hem in zijn vader en moeder terug. Je hoort altijd dat na een rootsreis de puzzelstukjes in elkaar vallen voor de geadopteerde. Maar ook voor mij als adoptiemoeder is het plaatje nu compleet omdat onbekende stukjes nu ineens wel bekend zijn voor mij. Gedraagt hij zich weer eens onuitstaanbaar, dan weet ik dat het zijn genen zijn en kan ik op de een of andere manier toch beter met de situatie omgaan dan voordat ik zijn ouders heb ontmoet (dat klinkt nu mooier dan het is hoor, nog steeds kan hij het bloed onder mijn nagels vandaan halen en reageer ik niet altijd zoals ik volgens de opvoedboekjes zou moeten doen).

Helaas is het plaatje voor onze dochter niet compleet want ook bij haar is vader onbekend. Nou ja, onbekend, de biologische moeder is zijn naam ‘vergeten.’ We weten dat het een jongen van school was met wie ze een half jaar verkering had. Dat hieruit een zwangerschap kwam zal hij waarschijnlijk niet hebben geweten. Haar eigen moeder wist pas dat haar dochter zwanger was toen ze al in de negende maand was. Al die tijd wist dochter dit met wijde kleren te verhullen. Natuurlijk hebben we gepolst bij oma en moeder. Is er een foto, een naam? Maar oma wist duidelijk echt niet wie de vader was, wat niet zo verwondelijk was want dochter was al sinds haar 17e uit huis. Maar moeder hulde zich in stilzwijgen en dat neem ik haar behoorlijk kwalijk. Ik probeerde Annemei ervan te overtuigen dat ze haar moeder moest over zien te halen de naam van haar verwekker te noemen. Maar op dat moment had Annemei geen belangstelling voor deze man, ze had haar moeder gevonden en dat was genoeg. Mijn opmerking: ‘ze kan morgen wel onder de tram komen en dan kom je er nooit meer achter’, deed ze met een schouderophalen af. Maar nu er op het moment geen contact is met haar moeder, begint ze vaker over haar vader na te denken. Vooral omdat ze uiterlijk totaal niet op haar moeder lijkt. Dus moet ze op hem lijken, de grote onbekende. En misschien werkt het wel zo dat wat je bij de een niet krijgt (interesse in jou) bij de ander hoopt te krijgen. Maar ja die ander is dus onbekend. Misschien komt ze er ooit nog eens achter. En misschien niet. Maar gelukkig is ze nuchter genoeg om daar mee te kunnen leven. Voor mij is het wel handig dat ze dan wel niet uiterlijk op haar moeder lijkt, maar qua doen en laten toch echt een kind van haar biologische moeder is. Veel mensen vinden dat ze op mij lijkt in doen en laten en dat zie ik zelf ook wel (waar je mee opgroeit word je tenslotte mee besmet) maar soms loop ik tegen dingen aan waarvan ik denk: dit heeft ze toch echt niet van mij. Vaak trekjes die ik irritant aan haar vind. Maar vaak ook niet. Voorbeeldje? Ik ben iemand die zich met klotsende oksels in de auto naar een interview in een onbekende stad begeeft. Een bloedhekel heb ik aan autorijden. Zo niet dochter. Met net pas een week haar rijbewijs op zak, reed ze met droge oksels naar een foto-opdracht in hartje Amsterdam. Hartje Amsterdam!  Dat stoere heeft ze dus echt van haar stoere mama in Taiwan. Helaas ontbreekt bij mij dat ‘stoer-gen’, dat heb ik haar dus nooit kunnen ‘nurturen’. Dit is toch echt een gevalletje nature. Dat maakt mij des te nieuwsgieriger naar haar vader. Wat heeft ze, behalve zijn ogen, nog meer van hem? Mijn suggestie om Spoorloos in te schakelen, werd met gekrijs afgewezen. Ons gezamenlijk optreden bij RTL live vond ze achteraf verschrikkelijk. Nooit meer wilde ze met haar hoofd op televisie, zelfs niet als daarmee eventueel haar vader kan worden gevonden. Zo heel erg zit ze er dus niet mee, een hele geruststelling. Nou ja, ze heeft hier natuurlijk een onwijs leuke pappa, dat maakt veel goed (die laatste zin mag natuurlijk juist op vaderdag niet ontbreken).

Share: