Gisteren was ik op de Meiling informatie-avond met als thema Familie gevonden en nu. Sprekers waren Eline en Harm-Yun, twee twintigers, geadopteerd, uit China, die kwamen vertellen over hoe het hen was vergaan sinds ze hun biologische familie vonden. De conclusie van het tweetal stemde me nogal treurig: allebei hadden ze het gevoel dat zíj degene waren die altijd contact moesten leggen. En deden ze dat niet, dan kwam er vanuit China ook geen levensteken. Eline verwoordde het in haar blog op www.eline-adoptie.nl  n.a.v. het Chinese Nieuwjaar als volgt: “Ik zie allemaal leuke foto’s voorbij komen en mijn hart breekt dan van binnen. Hier had ik bij willen zijn, hier had ik bij horen zijn. Een moment dat het voelt alsof ze niet eens aan mij denken, alsof ze mij niet eens missen en alsof hun leven door gaat en dat van mij even blijft stilstaan. Stilstaand en terugdenkend aan zoveel momenten die ik met ze heb moeten missen. Een moment dat mijn hart in duizenden stukjes breekt, omdat ik nooit dit speciale feest met mijn familie heb kunnen meemaken. Het maakt mij zelfs boos. Iedereen wordt herenigd met elkaar, behalve ik. Ik weet dat het moeilijk is, omdat ik hier mijn leven heb, maar toch, het voelt alsof ze mij zijn vergeten. ” Een eindje verderop vraagt ze zich af: “Waarom moet ik als eerst altijd contact zoeken. Waarom ben ik degene die hun Happy New Year moet wensen? Wanneer het hier in Nederland Nieuw Jaar is, krijg ik ook geen berichtjes van ze.”

Ook Harm-Yun, die jaarlijks zijn biologische ouders opzoekt en de taal goed spreekt, heeft het gevoel dat híj altijd degene is die contact moet zoeken en dat zijn ouders nooit eigen initiatief tonen. Toch heeft hij wel een band met zijn ouders opgebouwd. Ik heb hem geïnterviewd voor mijn boek Retourtje Roots en toen zei hij: “Mijn adoptieouders voelen als mijn echte ouders. Toch ben ik blij dat mijn Chinese ouders nu ook bij mijn leven horen. Ik kan ze er niet meer uit wegdenken. Mijn Chinese ouders zijn ouders op een andere manier. Hun komst in mijn leven heeft me rust gebracht; ik ben me completer gaan voelen.” Eline voelt zich juist verdrietig en emotioneel op dit moment, vertelde ze gisteravond. In 2006 vond ze haar familie, als eerste Chinees geadopteerd meisje, terug. En uiteraard was ze heel erg blij en gelukkig. Maar nu, na al die jaren, moet ze helaas concluderen dat cultuurverschillen en communicatieproblemen haar in de weg staan. Dat ze het gevoel heeft dat ze er nooit helemaal bij zal horen.

Ook ik loop tegen hetzelfde aan als Eline en Harm-Yun. Laat ik niks van mij horen, dan hoor ik ook niks van de biologische ouders. Je zou denken dat ze je het hemd van het lijf vragen nu er eenmaal contact is. Niet dus. Er is nog nooit één vraag gesteld over school, hoe Luc het doet, wat zijn lievelingsvakken zijn, zijn hobby’s. Daarom vind ik het fijn om te horen dat andere geadopteerden en adoptie-ouders daar ook tegenaan lopen, het is dus blijkbaar niet iets persoonlijks.  Zelfs een vriendin met een Amerikaans geadopteerd zoontje, toch een beetje dezelfde cultuur als in Europa, verzuchtte laatst gefrustreerd dat ze al een half jaar niks had gehoord van de biologische moeder. Als adoptie-ouders kun je niet meer doen dan die veilige haven zijn voor je kind waarin het met alles kan terugkeren. Of het blijdschap is of verdriet. Je kind moet zelf uiteindelijk zijn of haar eigen weg hierin zien te vinden, dat is een van de verdrietige kanten van adoptie.

Share: