Gisteren het voorwoord ingeleverd voor mijn derde boek Familie gevonden, en nu?  Dat was een mooi moment om de balans op te maken van de afgelopen achttien maanden na de rootsreis. Reden om dit boek te schrijven was dat ik heel benieuwd was hoe andere adoptie-ouders/geadopteerden het is gelukt (of niet) om in contact te blijven met de biologische familie of misschien zelfs een relatie op te bouwen na de rootsreis. Veel literatuur is er niet op het gebied van rootsreizen en de tijd erna. En de weinige wetenschappelijke studies die er zijn gedaan, stammen nog uit de tijd van vóór social media. Een oud onderzoek uit 2001 laat zien dat verreweg het merendeel van alle geadopteerden die gezocht heeft, dit de moeite waard vond en dat iets meer dan 60% van degene die familie gevonden heeft, contact houdt tot periodes van acht jaar of langer na het vinden. Maar dat contact was dus nog op de ouderwetse manier: brieven schrijven of telefoneren. Hoe gemakkelijk is het tegenwoordig om contact te houden via facebook. Vóór de ontmoeting met de biologische familie had ik helemaal niets met facebook, ná de ontmoeting was ik er niet vanaf te slaan. Vooral met de moeder van Luc was er een klik. Het was verslavend om te kijken of er een reactie of een like kwam vanuit Taiwan. Met name de eerste paar maanden ging ik helemaal los, ik had het gevoel dat ik Luc met ze moest delen, goedmaken wat ze al die tijd hadden moeten missen. Inmiddels ben ik er achter dat facebook ontzettend handig is maar ook voor verwarring kan zorgen door miscommunicatie, taalproblemen of cultuurverschillen. Luc’s moeder en ik hebben geregeld contact. Soms gaan er een paar weken voorbij zonder dat we elkaar spreken en soms dagelijks. Afhankelijk van het onderwerp. Dat onderwerp is uiteraard vaak Luc. Maar heel vaak gaat het ook over haar. In het begin was ik bang dat door het weerzien van haar kind, oude wonden opengereten zouden worden bij haar. Ik voelde me schuldig dat ik wellicht door de rootsreis haar leven weer op de kop had gezet. Maar heel open beantwoordde ze al mijn vragen en stelde me gerust: het is goed. Ze is dankbaar dat Luc bij ons opgroeit, dat ze ons heeft kunnen ontmoeten en kunnen zien dat wij liefdevolle ouders zijn die het beste met haar kind voorhebben. Dat ze heeft kunnen zien dat Luc gelukkig is. Het zijn voor mij waardevolle gesprekken die me doen beseffen hoe bevoorrecht ik ben  dat de biologische moeder van onze zoon zo openstaat voor contact.

De relatie met de biologische moeder van onze dochter is sinds 21 december minimaal. Annemei is nog steeds heel erg boos en teleurgesteld dat haar moeder haar verjaardag is vergeten, geen ‘sorry’ heeft gezegd of haar alsnog heeft gefeliciteerd. Anderhalf jaar heeft Annemei er energie ingestoken om haar moeder beter te leren kennen. Het initiatief kwam altijd van haar, nooit zocht haar moeder zelf contact. Nooit vroeg haar moeder hoe het met haar studie ging, waar ze mee bezig was. Als adoptiemoeder probeer je er verklaringen voor te vinden omdat de waarheid (geen interesse) te pijnlijk is. Dus zei ik tegen Annemei: “Misschien voelt je moeder zich nog steeds ongemakkelijk bij de situatie of is het niet gebruikelijk in Taiwan om naar iemands leven te vragen.” Dus stuurde ik Paula een berichtje. Of ze misschien wat meer kon delen met Annemei, haar meer kon betrekken bij wat haar bezig hield, waar ze mee bezig was zodat ze elkaar beter zouden leren kennen. Gewoon, stomme, dagelijkse dingetjes. Zoals je naar een vriendin zou schrijven. ‘Yeah shure’ I can do that’ kreeg ik als antwoord. Maar er kwam nooit iets. Misschien ben ik wel naïef, bekijk ik alles door een roze adoptiebril. Maar is het niet fantastisch als je afgestane dochter op zoek gaat naar je, een onwijs leuk kind blijkt te zijn, niet boos is maar helemaal blij met je is? En daarna heel veel moeite erin steekt om je beter te leren kennen? Wat bezielt iemand om dan toch zo ongeïnteresseerd te reageren? Wie het weet mag het zeggen.

De gesprekken met geadopteerden en adoptie-ouders die ik heb gevoerd voor mijn boek maken één ding duidelijk: wat er gebeurt na de ontmoeting en hoe het zich ontwikkelt, is voor iedereen anders. Voor de een betekent het dat er jaarlijks een familie-reunie plaatsvindt in het land van herkomst, dat de taal wordt geleerd zodat communicatie soepeler verloopt, dat iemand tijdelijk in het land van herkomst gaat wonen, er een studie gaat volgen, er vrijwilligerswerk gaat doen. Voor sommigen is het voldoende via social media contact te houden. In het gunstigste geval voelt de geadopteerde zich uiteindelijk verbonden met twee landen, twee families, twee culturen. De interviews in het boek zijn verhalen van geadopteerden die zichzelf niet als slachtoffer zien, die niet het gevoel hebben dat adoptie verbreekt maar dat er later in het leven ook verbonden kan worden, weer worden opgebouwd. De verhalen tonen onomstotelijk de kracht van adoptie. En dat is wat ik wilde laten horen in een tijd waarin adoptie vooral als iets negatiefs wordt gezien.

Share: